Een artikel over de arbeidsmarkt in Nederland, De Nederlandse arbeidsmarkt als werkplek voor mannen én vrouwen van Intelligence Group, trok mijn aandacht.
Mijn brein heeft kortsluiting bij de woorden die ik lees: ‘ouderwetse inrichting’, ‘sluit steeds minder aan bij de realiteit’, ‘klassieke kostwinnersmodel’.
Ik denk aan de mannen (en vrouwen?) die vinden dat ‘we er al zijn’, aan het gesprek over femicide dat ik met een vriendin had, die vindt dat mannen klein worden gehouden in de discussie over dit onderwerp, aan de vriendinnen die hun neus ophalen bij ‘vrouwen met ballen’ of bij feministen. Ik word er bijna moedeloos van.
Zetten we nou meer stappen vooruit of zetten we meer stappen achteruit? Ik vraag me af wat mijn moeder hiervan gevonden zou hebben. Zij werd in 1936 geboren. Toen zij 20 was, in 1956, werd de ‘Wet handelingsonbekwaamheid’ afgeschaft. Getrouwde vrouwen mochten voortaan werken, een bankrekening openen en zonder toestemming van manlief op reis.
Bijna 70 jaar verder hebben we bereikt dat de Nederlandse arbeidsmarkt nog steeds uitgaat van het ‘klassieke’ kostwinnersmodel. Ik steek de hand in eigen boezem en vraag me af wat wij vrouwen hier zelf aan kunnen veranderen.
Marjan Minnesma (directeur Urgenda):
“Verandering begint niet bij systemen, maar bij de keuzes die we normaal zijn gaan vinden.”
Uit het rapport blijkt dat ook ‘mannen behoefte hebben aan een betere werk-privébalans. Zij willen parttime werken en verlof opnemen voor zorgtaken. In de praktijk zijn zij soms terughoudend om partnerverlof op te nemen, uit vrees voor onbegrip op de werkvloer.’
We hebben dus (ook) te maken met een mindset, een cultuuromslag. Het zou heel gewoon moeten zijn dat ook mannen parttime gaan werken. Zoals een vriendin van mij, die na de bevalling van haar eerste kind minder uren ging werken. Haar partner verdiende immers een hoger salaris. Haar ambitie om een hogere managersfunctie te vervullen was blijkbaar ondergeschikt aan de positie van haar partner.
Ik vraag me af in hoeverre parttime werken nog steeds met vrouwen wordt geassocieerd. ‘Parttime werken is immers niet macho (?)’. Blijkbaar ‘kiezen steeds meer mannen ervoor, en het wordt steeds meer gezien als een bewuste keuze voor balans, niet als een teken van minder mannelijkheid, met voordelen zoals een betere werk-privébalans en gemotiveerdere werknemers, ook al blijft er een loonkloof en culturele druk’ (de Volkskrant).
Ik schreef er eerder over: die loonkloof is ondenkbaar bij mannen, net zoals ‘equal pay day’. Dat laten de mannen simpelweg niet toe. Daar doen ze iets heel erg goed, waar wij vrouwen nog van kunnen leren. Waar komt trouwens die ‘culturele druk’ vandaan? Dat moeten toch die andere mannen zijn, de opvoeding? Wij vrouwen zullen toch niet ‘dwingen’ dat mannen fulltime werken?
Dus het ‘klassieke’ kostwinnersmodel wordt gevoed door oude patronen. De man is de kostwinner, dus parttime werken past niet, want dat schaadt de kansen om carrière te maken. Het maakt blijkbaar niet uit dat vrouwen parttime werken en minder carrièrekansen hebben. Minder werken laat ook zien dat je minder ambitieus bent (?). Vrouwen zijn dus minder ambitieus?! Laten we niet vergeten dat sociale voorzieningen vaak nog zijn ingericht op fulltime werken.
Er is nog een hoop te winnen op veel fronten. Mijn wens is dat vrouwen het gesprek aangaan met hun partner en kiezen voor hun eigen carrière en toekomst. Dat is één grote stap vooruit.


0 reacties