Waar schaam jij je eigenlijk voor? ‘Nothing blocks our unfolding to awesomeness more than shame.’ Ik las deze mooie quote van een onbekende auteur in het boek Vrouw van Roxane Paalman. Een grove vertaling is: ‘Niets staat onze ontplooiing tot grootsheid meer in de weg dan schaamte.’
Schaamte. Het bestaat dus nog steeds. Het vermomt zich soms onder de noemer impostorsyndroom. Mannen hebben daar trouwens ook last van, dames. Alleen hebben wij er vaker last van dan mannen.
Een vriendin van mij noemt het Human Giver Syndrome. Ik bekijk onze labels ook graag op deze positieve manier. Wij hebben geen syndroom. Nee, we hebben last van onze kwaliteiten, die we soms zó sterk inzetten dat ze ons gaan belemmeren. We zijn Human Givers. Mooi! Maar is het nog steeds een mooie eigenschap wanneer het ten koste gaat van onze ‘awesomeness’?
Roxane schrijft over ‘een ver verleden waarin de vrouw vereerd werd als een godin’, als ‘een bron van kracht en creatie’. Als ik een blik in mijn boekenkast werp, zie ik titels als Onzichtbare vrouwen, The Authority Gap, De onzichtbaarheid van de vrouw, Waarom vrouwen minder verdienen, Men Explain Things to Me, Zij in de geschiedenis, Nice Girls Don’t Speak Up en Why Women Are Blamed for Everything. Hoe zijn we in ‘godinnennaam’ van godinnen naar de achtergrond verdwenen?
En ik vraag me af: hebben we ons alleen naar de achtergrond láten duwen, of hebben we onderweg ook geleerd onszelf daar te houden? Want wat vind jij ervan, trouwens? Schaam jij je weleens? Waarvoor schaam je je dan? Durf jij te zeggen: ‘Ik ben goed. Ik ben genoeg.’ Of vind je ‘van alles’ over jezelf? Waarschijnlijk zijn er wel een paar ‘dingetjes’. Heb je je weleens afgevraagd waarom je zo denkt? Schaamte zegt namelijk iets belangrijks. Schuld zegt: ik heb iets verkeerd gedaan. Schaamte zegt: er is iets verkeerd aan mij.
‘Schaamte tast het deel van ons aan dat gelooft dat we anders kunnen zijn.’
Hier wordt het interessant. Onze grootmoeders moesten soms nog toestemming vragen om bepaalde deuren binnen te gaan. Wij kunnen door die deuren lopen, maar dragen soms nog de vraag met ons mee of we daar wel thuishoren.
Het heeft te maken met verwachtingen. Eeuwenlang hing de maatschappelijke waarde van een vrouw sterk samen met de mate waarin zij voldeed aan de verwachtingen die anderen van haar hadden. Was ze kuis genoeg? Bescheiden genoeg? Een goede echtgenote en moeder? Niet te luid, te seksueel, te ambitieus, te zelfstandig of te aanwezig?
Schaamte had daardoor een functie: het leerde vrouwen zichzelf te corrigeren voordat de buitenwereld dat hoefde te doen.
En hoewel onze wereld veranderd is, verdwijnt zo’n innerlijke stem niet van de ene op de andere generatie. De vrouw van vandaag neemt iets van die verinnerlijkte stem met zich mee. Dus als jij denkt: Kan ik deze taak wel aan?, zit daar soms een andere vraag onder: Wie ben ík om hier te zitten? Straks ontdekken ze dat ik helemaal niet zo goed ben als ze denken. En precies daar raken schaamte en het impostorsyndroom elkaar.
We hebben inmiddels toegang tot kamers waar vrouwen vóór ons niet of nauwelijks binnenkwamen. We mogen studeren, leidinggeven, ondernemen, geld verdienen, beslissen, spreken en zichtbaar zijn. Maar toegang krijgen tot de kamer is iets anders dan diep vanbinnen geloven dat je er thuishoort.
Misschien is dát de schaamte waar we vanaf mogen. Niet de schaamte die zegt dat je iets verkeerd hebt gedaan — daar kunnen we iets van leren. Maar de schaamte die fluistert dat er iets verkeerd is aan jou. Dus de volgende keer dat die stem zegt: Wie denk jij wel niet dat je bent? Misschien moeten we haar dan niet langer geloven. Misschien is het tijd om haar een andere vraag terug te stellen:
Wie ben ik eigenlijk om mezelf nog langer klein te houden?


0 reacties